Geschiedenis

 Cornelis Verolme, scheepsbouwer

8 Cornelis-Verolme fotoportret klein II

Cornelis Verolme 1900 – 1981

Cornelis Verolme Cornelis Verolme werd op 4 september 1900 geboren in Nieuwe Tonge op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Hij was de zevende zoon van landbouwer Jacob Verolme en Hendrica van der Veer.

Aan de ambachtsschool in Middelharnis werd hij opgeleid tot smid en bankwerker. Vanaf 1915 deed hij zijn praktijkervaring op in fabrieken en op werven in Rotterdam en omgeving. Op negentienjarige leeftijd trad hij in dienst bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij als tekenaar-constructeur. Door middel van avondcursussen behaalde hij in die tijd zijn MTS diploma. Tot zijn eerste omvangrijke werk behoorde de verbouwing van een zeilschip van 4.000 ton tot een dubbelschroefstoomschip.

Stork

Op 27 juni 1923 trouwde hij met Jannetje Borg. Uit dit huwelijk werden 4 dochters geboren. Nadat de echtscheiding werd uitgesproken op 8 juli 1954 trouwde hij op 31 juli 1954 met Anna Cornelia Weegink. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. In 1928 trad hij in dienst bij de Machinefabriek Gebroeders Stork & Co. in Hengelo, waar hij wegens zijn ervaring belast werd met de constructie en de inbouw van scheepsmachine-installaties. Vanaf 1930 was hij betrokken bij de productie en inbouw van scheepsdieselmotoren die door Stork in licentie van het Duitse bedrijf Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft werden gebouwd. Verder had Verolme een aandeel in de verkoop van motoren, waardoor tal van relaties ontstonden met directies en vertegenwoordigers van scheepswerven in binnen- en buitenland.

10 Verolme Scheepsinstallatiebedrijf-Nederland Klein

Scheepsinstallatiebedrijf “Nederland”

Scheepsinstallatiebedrijf “Nederland”

In 1946 nam Verolme ontslag bij Stork. Het conflict met Stork ontstond als gevolg van een door hem bij de directie ingediend reorganisatievoorstel, waarin hij zichzelf een toppositie in het bedrijf had toegedacht. Hij vestigde zich nu als zelfstandige ondernemer, aanvankelijk te Hengelo en een jaar later te Rotterdam. De nieuwe onderneming, het Scheepsinstallatiebedrijf “Nederland”, hield zich bezig met het ontwerpen, leveren en installeren van complete voortstuwingsinstallaties voor zee- en binnenschepen. Op een onbebouwd terrein aan de Nieuwe Maas bij IJsselmonde vestigde Verolme een machinefabriek, waar in de eerste werkplaats, een gebouwtje van 18 bij 10 meter, installaties voor binnenschepen werden gemaakt. Uitbreidingen volgden in verband met het installeren van motoren in zeeschepen.

13 Verolme Werf-Jan-Smit-Czn klein

Scheepswerf Jan Smit Czn. te Alblasserdam

Verolme Scheepswerf Alblasserdam

Ten gevolge van het oorlogsgeweld was er in die tijd een tekort aan scheepsruimte. Verolme verdiende veel geld met het opkopen en reviseren van motoren die uit gezonken schepen kwamen of door brand waren beschadigd. In 1950 nam Verolme de in 1812 gestichte scheepswerf Jan Smit Czn. te Alblasserdam over en gaf het de naam ‘Verolme Scheepswerf Alblasserdam’ (VSA). Daarmee ging hij zich bezighouden met de bouw van grote zeeschepen. Verolme verwierf enkele belangrijke opdrachten uit Finland, waarvoor hij de motoren bouwde in zijn fabriek in IJsselmonde. Andere Rotterdamse werven volgden deze ontwikkelingen argwanend en beschouwden Verolme als een indringer.

 

 

Verolme Verenigde Scheepswerven

In 1954 nam Verolme de werf van De Haan & Oerlemans te Heusden over en maakte deze geschikt voor schepen met een laadvermogen tot 20.000 ton. De naam werd voortaan ‘Verolme Scheepswerf Heusden’ (VSH). Verolme Dok en Scheepsbouw Maatschappij Op 21 december 1954 vond de oprichting plaats van Verolme Dok en Scheepsbouw Maatschappij N.V. (VDSM) in Rozenburg. Op 27 juni 1957 werd hier de grootste scheepswerf van Nederland geopend, waar mammoettankers konden worden gebouwd en Verolme de verdere groei in de scheepsbouwmarkt kon bijhouden. Op 10 augustus 1955 werd Verolme Verenigde Scheepswerven N.V. opgericht, voor het buitenland Verolme United Shipyards, waarbinnen alle scheepsnieuwbouw- en scheepsreparatieactiviteiten werden gebundeld.

22 Verolme Esso-Cambria-op-stapel-en-grote-dok klein

Eerste mammoettanker

Mammoettankers

De economische ontwikkeling leidde tot een vraag naar steeds grotere schepen. In 1955 bouwde de werf in Alblasserdam een erts-olietanker, de ‘P.G. Thulin’, met recordafmetingen (lengte van 193 meter; breedte 25 meter; laadvermogen 26.500 ton). In datzelfde jaar besloot Verolme, als eerste scheepswerf, zich toe te leggen op de bouw van mammoettankers, tankers met een laadvermogen van meer dan 100.000 ton. De Suezcrisis in 1956 deed de vraag naar olietankers nog verder toenemen. Door technische opleidingen op te zetten en door personeel van concurrenten aan te werven voorzag Verolme in de groeiende behoefte aan gekwalificeerde technici. Zijn succes en eigenzinnige werkwijze riep tegenstand op van concurrerende scheepsbouwers – veelal oude familiebedrijven. Een climax in dit conflict was de weigering hem toe te laten als lid van de prestigieuze Koninklijke Roei- en Zeilvereniging “De Maas”, waar vooral de gevestigde havenbaronnen het voor het zeggen hadden.

14 Verolme Minas-Gerais klein

Vliegdekschip Minas Gerais

Brazilië

Hoewel Verolme geen ervaring had met de bouw van marineschepen, kreeg hij van de Braziliaanse regering de opdracht om het voormalige Britse vliegdekschip ‘Vengeance’, dat door de Braziliaanse marine was aangekocht, te verbouwen. Ook richtte hij een eigen installatiebedrijf op, Verolme Elektra, te Maassluis. Rond 1960 begon Verolme zijn concern te internationaliseren. Zijn contacten met de Braziliaanse regering stelden hem in staat in 1959 een geheel nieuwe werf te bouwen in de baai Jacuacanga in de omgeving van Rio de Janeiro, compleet met woonwijken voor het personeel. In 1960 nam hij een oude werf over in Cobh bij Cork in Ierland.

 

Hoog tempo

Typerend voor het tempo waarin Verolme nieuwe schepen bouwde, was het gebruik om tegelijk met de bouw van een nieuwe scheepshelling te beginnen aan de bouw van het eerste schip. Als eerste werd het middenschip gebouwd, en naarmate de boeg en het achterschip vorderden, werd de helling, waarop het schip gebouwd werd, verlengd. Pas als het schip klaar was om te water te worden gelaten, kwam ook de helling tot in het vaarwater gereed.

Overname NDSM

In de zestiger jaren liepen de opdrachten voor de Nederlandse scheepsnieuwbouw terug. Een regeringscommissie adviseerde in 1966 om de scheepswerven meer te laten samenwerken om een betere internationale concurrentiepositie te verwerven. Verolme besloot in juni 1967 een kredietgarantie van de overheid te vragen voor de bouw van een reparatiedok van circa 500.000 ton. Minister Leo de Bock van Economische Zaken bood ruim een jaar later financiering aan, op voorwaarde dat Verolme de Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) te Amsterdam zou overnemen, om deze van de ondergang te redden. Verolme nam dit aanbod aan, maar leed in de jaren daarop verlies, met name bij de bouw van mammoettankers in Amsterdam en Rozenburg. Vooral de stijgende loonkosten veroorzaakten verliezen.

Integratie Rijn-Schelde-Verolme

De regering verwachtte dat een oplossing gevonden kon worden door de grote Nederlandse scheepswerven te integreren. Enige jaren eerder was het Rijn-Scheldeconcern ontstaan uit de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij N.V. (RDM), de Koninklijke maatschappij De Schelde N.V. en de Dok en Werfmaatschappij Wilton Feijenoord N.V. In 1969 moest Cornelis Verolme afzien van het stemrecht op zijn aandelen in ruil voor een nieuwe kredietgarantie en in januari 1970 moest Verolme accepteren dat de Verolme Verenigde Scheepswerven N.V. met de Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven N.V. (RSMS, kortweg “Rijn-Scheldeconcern”) fuseerde tot Rijn-Schelde-Verolme Machine fabrieken en Scheepswerven (RSV) en dat hij zijn positie als president-directeur verloor.

Oliecrisis 1973

RSV verspeelde in zijn nadagen honderden miljoenen aan een kolengraversproject door in zee te gaan met een Amerikaanse partner die zich verschool achter een bedrijf met de onwaarschijnlijke naam MMWOPS (Making Money While Other People Sleep). In 1983 ging Rijn-Schelde-Verolme failliet ondanks de 2,7 miljard gulden overheidssteun die het concern in de loop der jaren ontving. Oorzaken van de teloorgang waren onder meer de oliecrisis in 1973, waardoor de vraag naar olietankers wegviel, het gebrek aan samenhang tussen de bedrijven die gedwongen waren te fuseren, een structurele overcapaciteit, gecombineerd met ongefundeerd optimisme en de politieke onwil om ontslagen te laten vallen bij niet-renderende bedrijven. Het debacle leidde tot een Parlementaire enquête naar de RSV-werf, waarvan het verslag 16 delen besloeg.

Parlementaire enquête

De drie Kamerleden achter de RSV-enquête: Van Dam, Van Dijk en Joekes gingen op zoek naar de oorzaken van dit ontluisterende einde van deze grote bedrijfstak. Daarbij maakten zij gebruik van de parlementaire enquête, een weinig toegepast recht van de Tweede Kamer om een omstreden zaak grondig te onderzoeken. Onder leiding van Cees van Dijk ontpopte de commissie zich als een lastige horzel op de huid van beleidsmakers en bestuurders. Daarbij stuitten zij op verkwisting van overheidsgeld, onbegrijpelijke besluitvorming, geheimhouding van pijnlijke gegevens en een parade van gekwetste ijdelheid. Het einde van het RSV-concern in 1983 hoefde Cornelis Verolme niet meer mee te maken. Hij overleed op 5 april 1981 te Rotterdam.

16 Verolme-cartoon-REM-VN-1964 klein

Cartoon REM in Vrij Nederland

Nevenactiviteiten: REM-eiland

In 1964 was Verolme de voornaamste aandeelhouder bij de oprichting van het REM-eiland van de Reclame Exploitatie Maatschappij, die commerciële televisie-uitzendingen vanaf de Noordzee verzorgde. Ook andere grootindustriëlen zoals dagbladuitgever Hordijk, Heerema, eigenaar van een constructiebedrijf van boortorens en de bankier Texeira de Mattos waren betrokken bij de financiering van het project. De eerste Nederlandse commerciële televisie duurde echter slechts vier maanden. Op 15 augustus startte de REM haar uitzendingen van een platform in zee. In nauwe onderlinge samenwerking maakten de Nederlandse Marine en de Rijkspolitie te Water op 17 december 1964 een einde aan één van de meest opmerkelijke initiatieven uit de geschiedenis van de Nederlandse radio en televisie: het REM-eiland, gelegen op zeven mijl uit de kust van Nederland, werd bestormd en de commerciële uitzendingen van Radio Noordzee en TV Noordzee, beide uitzendend vanaf een platform in internationale wateren, werden stopgezet.

12 Verolme-en-Verosol klein

Verolme en Verosol

Verosol

Op een van Verolmes Amerikaanse reizen raakte hij geïnteresseerd in het probleem van de temperatuurcontrole in wolkenkrabbers. In deze extreme architectonische bouwwerken kon geen buitenzonwering toegepast worden wat resulteerde in een temperatuursstijging in het gebouw en stijgende kosten voor airconditioning. In 1965 stichtte Verolme Verolme Metallising, een bedrijf dat een nieuw type zonwering voor wolkenkrabbers produceerde. Het product heette eerst Metalon, maar in 1968 werd het omgedoopt tot ‘Verosol’ (van Verolme en sol: zon). In 1972 werd een nieuw type zonwering ontwikkeld, gemaakt van gemetalliseerd textiel. Nadat Versosol was overgenomen door textielbedrijf Blijdenstein-Willink en daar het belangrijkste product werd, werd vervolgens in 2007 de naam Blijdenstein-Willink veranderd in Verosol Group.

 

 

Verolme boek

Verolme biografie

Biografie

Voor een uitgebreid overzicht van het leven en de werkzaamheden van scheepsbouwer Cornelis Verolme verwijzen we naar de biografie van Ariëtte Dekker, Cornelis Verolme, opkomst en ondergang van een scheepsbouwer.